Via deze website bieden we u de mogelijkheid om uw eigen documenten samen te stellen. U selecteert de voor u relevante artikelen via de knop ‘toevoegen’ onderaan de artikelpagina’s. Vervolgens kunt u de artikelen als pdf via deze pagina downloaden.
De Rooms-Katholieke Kerk bestaat in feite uit 24 afzonderlijke Kerken. Vrijwel alle rooms-katholieken in Nederland behoren tot de Latijnse Kerk.
Andere r.k.-kerken zijn bijvoorbeeld de Syrisch-Katholieke Kerk en de Oekraïense Katholieke Kerk. Ook zij zijn gevestigd in Nederland. Deze Kerken heten oosters-katholieke Kerken (omdat ze vooral gevestigd zijn in en rondom landen in het Midden-Oosten) of ook wel geünieerde Kerken (omdat ze met Rome zijn verbonden).
De Oud-Katholieke Kerk staat niet onder het gezag van de paus, maar voelt zich wel nauw verbonden met de r.k.-kerken.
De aanduiding ‘Grieks’ in bijvoorbeeld de Oekraïense Grieks-Katholieke Kerk verwijst naar het byzantijnse erfgoed.
Migrantengemeenschappen
De r.k.-Kerk is territoriaal georganiseerd: je woonplaats bepaalt tot welke parochie je behoort.
De RKK-Nederland streeft ernaar dat migranten van de Latijnse Kerk zich voegen in de territoriale structuren. Ook hebben ze de mogelijkheid een ‘personele parochie’ op te richten.
Parochies van de oosters-katholieke Kerken vallen onder hun eigen hiërarchie en tegelijkertijd onder het aartsbisdom Utrecht.
Een katholieke viering wordt een mis genoemd. Centraal staat de eucharistie. Daarin deelt men de communie uit. Dat is meestal een hostie: een stukje ongedesemd brood, vaak in de vorm van een ouwel. In oosters-katholieke kerken wordt ook wel gegist brood uitgereikt (prosfora).
De mis wordt geleid door een priester.
De gemeenschap van kerkgangers die samenkomt in een bepaald kerkgebouw is een parochie. Van oudsher bepaalde de woonplaats tot welke parochie iemand behoorde: de ’territoriale parochie’. Gemeenschappen die samenkomen op een andere basis, vormen ‘personele parochies’. Bijvoorbeeld voor binnenvaartschippers of voor anderstaligen.
Een parochie wordt geleid door een pastoor. Dit is een priester die door de bisschop voor deze taak is aangesteld. Een pastoor wordt bijgestaan door een parochievicaris (ook wel: kapelaan).
Een bisschop delegeert vaak de leiding van zijn eigen parochie: aan een plebaan.
Een pastorie is de ambtswoning van de pastoor. De ambtswoning van een plebaan heet een plebanie.
Een parochie wordt bestuurlijk geleid door een parochiebestuur. Dit bestuur wordt aangesteld door de bisschop. De pastoor is voorzitter van het bestuur.
Enkele parochies kunnen samen een dekenaat vormen, onder leiding van een deken.
Vrijwel alle parochies vallen onder een bisdom (ook wel: diocees of eparchie). Het bisdom staat onder leiding van een bisschop.
Heel Nederland is één Kerkprovincie binnen de Latijnse Kerk. De Nederlandse Kerkprovincie bestaat uit 7 regionale bisdommen. Het hoogste bestuursorgaan is de Bisschoppenconferentie.
Het belangrijkste bisdom van een kerkprovincie is het aartsbisdom, onder leiding van een aartsbisschop. In Nederland is dat het bisdom Utrecht. De aartsbisschop staat tevens aan het hoofd van de Nederlandse Kerkprovincie; hij is daarmee metropoliet.
Het kerkgebouw en de inventaris is eigendom van de parochie. Maar voor belangrijke beslissingen is toestemming nodig van het bisdom.